Veel blijft hetzelfde

Uw pensioen blijft op veel punten hetzelfde als nu. Hieronder leest u welke belangrijkste zaken hetzelfde blijven. 

Veel blijft hetzelfde

  • U legt samen met uw werkgever geld in voor uw pensioen

    U en uw werkgever leggen samen 29,3% van uw pensioengrondslag in voor uw pensioen. De pensioengrondslag is het deel van uw salaris dat meetelt voor uw pensioen. Mocht u komen te overlijden, dan is er een pensioen voor uw nabestaanden verzekerd. Die verzekering betalen we vanuit de inleg. Ook als u arbeidsongeschikt raakt, is er een pensioen geregeld. Het is alleen anders geregeld.

  • We blijven de kosten en risico's met elkaar delen

    Dit doen we door de gezamenlijke manier van beleggen en door reserves aan te houden ter bescherming van (bijna) gepensioneerden. Als het tegenzit met de beleggingen dan gebruiken we de reserve om de pensioenen te beschermen.

  • Bij arbeidsongeschiktheid blijft u pensioen opbouwen

    Als u (deels) arbeidsongeschikt raakt of bent, dan blijft u een kapitaal voor uw pensioen opbouwen. U hoeft er alleen zelf niet voor te betalen. Bent u gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan legt u voor het deel dat u nog werkt wel zelf geld in voor uw pensioen.

  • Bij de start van uw pensioen hebt u een aantal keuzes

    U bepaalt zelf wanneer u het pensioen laat ingaan en welke keuze u maakt over de hoogte van uw pensioen. Voor de berekening van het kapitaal voor pensioenU bouwt een kapitaal voor pensioen op. Met dat kapitaal koopt u als u met pensioen gaat een maandelijks pensioen aan. gaan we uit van een pensioenleeftijd van 68 jaar. U bepaalt zelf wanneer u het pensioen laat ingaan.

    • Als u met pensioen gaat, heeft u een aantal keuzes die van invloed zijn op de hoogte van uw pensioen. De keuzes uit de huidige regeling blijven deels bestaan.
    • U bepaalt zelf wanneer u uw pensioen laat ingaan. Standaard gaan we uit van een pensioenleeftijd van 68 jaar. In onze pensioenregeling kunt u op zijn vroegst met pensioen vanaf 10 jaar vóór uw AOW-leeftijd. Wilt u dat uw pensioen later ingaat? Dit kan tot 5 na uw AOW-leeftijd. Andere keuzes in de nieuwe regeling zijn:
      o Eerst een hoog en daarna een laag pensioen. of andersom.
      o Partnerpensioen uitruilen voor ouderdomspensioen. Of andersom.
  • Het pensioen via uw werkgever blijft een aanvulling op de AOW van de overheid

    Check hier uw AOW-leeftijd om te zien wanneer u naar verwachting de AOW van de overheid ontvangt.

  • Na uw overlijden is er pensioen voor uw partner zolang deze leeft en voor uw kinderen tot 25 jaar

    Als u komt te overlijden dan is er een pensioen voor uw partner en kinderen tot 25 jaar. Hoe dit pensioen geregeld is, is in de nieuwe regeling anders. Ook is er een verschil in het pensioen als u overlijdt voor of na de start van uw pensioen.

    Het pensioen voor uw partner en kinderen (tot 25 jaar) als u komt te overlijden blijft bestaan. Dit is in de nieuwe pensioenregeling niet meer op basis van pensioenopbouw, maar op basis van risicoverzekering. Dit betekent dat uw partner en kinderen verzekerd zijn voor partner- en wezenpensioen zolang u werkt bij NIBC en pensioen opbouwt. Uw partner en kinderen krijgen dit als u overlijdt vóór de pensioendatum. Voor uw partner is het 40% van het laatste pensioengevend salarisHet salaris waar u pensioen over opbouwt. Dit is uw bruto jaarsalaris min het deel waar u geen pensioen over opbouwt omdat u later ook AOW van de overheid krijgt.. Voor uw kinderen gaat het om 8% van uw pensioengevend salaris.

    De (vrijwillige) individuele ANW-hiaat verzekering bij de verzekeraar ASR blijft. Ook de bijdrage van NIBC aan de premie voor deze verzekering blijft hetzelfde.

    Heeft u in de huidige pensioenregeling al een partner- en wezenpensioen opgebouwd? Dan krijgen uw partner en kinderen dat pensioen ook als u overlijdt. De waarde van het partner- en wezenpensioen uit de huidige regeling zetten we om in partner- en wezenpensioen volgens de nieuwe pensioenregeling. Als u overlijdt dan krijgen uw partner en kinderen tot 25 jaar een variabel nabestaandenpensioen hieruit.

    Uit dienst

    Gaat u uit dienst bij NIBC?
    Dan houden uw partner en kinderen recht op het partnerpensioen -en wezenpensioen dat u in de huidige regeling heeft opgebouwd. Het verzekerde partnerpensioen en wezenpensioen, en het (eventuele) tijdelijk verzekerd partnerpensioen en wezenpensioen lopen maximaal 3 maanden door. U kunt daarna ervoor kiezen om deze zelf voor te zetten tot dat u met pensioen gaat. Bijvoorbeeld als u (tijdelijk) geen nieuwe baan heeft met een pensioenregeling bij een ander fonds. U betaalt dan zelf de premie. Deze houden we in op uw kapitaal voor pensioen.

    Heeft u een nieuwe baan met een pensioenregeling bij een ander pensioenfonds? Dan stopt de verzekering voor overlijden bij NIBC automatisch. U bent dan verzekerd voor nabestaandenpensioen bij overlijden bij uw nieuwe pensioenfonds.

    Met pensioen
    Als u met pensioen gaat, dan koopt u met uw kapitaal voor pensioen een pensioen aan. Dit pensioen is dan uw maandelijks pensioen. U krijgt dit zolang u leeft.

    Op het moment dat u met pensioen gaat, kunt u ervoor kiezen om een deel van uw pensioen te gebruiken voor het partnerpensioen (standaard 70%). Dit deel keren we dan aan uw partner uit als u komt te overlijden. Uw partner krijgt dit pensioen dan zolang uw partner leeft.

    Voor uw kinderen tot 25 jaar is er een zogenaamd wezenpensioen als u overlijdt als u met pensioen bent. Dit pensioen is 14% van het partnerpensioen.

  • U krijgt pensioen zolang u leeft

    Net zoals in de huidige regels krijgt u pensioen zolang u leeft, al wordt u 105 jaar.