Veel blijft hetzelfde

Uw pensioen blijft op veel punten hetzelfde als nu. Hieronder leest u welke belangrijkste zaken hetzelfde blijven.

Veel blijft hetzelfde

  • U legt samen met uw werkgever geld in voor uw pensioen

    U en uw werkgever leggen samen 28,5% van uw pensioengrondslag in voor uw pensioen. De pensioengrondslag is het deel van uw salaris dat meetelt voor uw pensioen. Mocht u komen te overlijden, dan is er een pensioen voor uw nabestaanden verzekerd. Die verzekering betalen we vanuit de inleg. Ook als u arbeidsongeschikt raakt, is er een pensioen geregeld. Het is alleen anders geregeld.

    • Als u (deels) arbeidsongeschikt raakt, dan blijft u een kapitaal voor uw pensioen opbouwen. U hoeft er alleen zelf niet voor te betalen. Bent u gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan legt u voor het deel dat u nog werkt wel zelf geld in voor uw pensioen.
    • Uw arbeidsongeschiktheidspensioen maakt geen onderdeel meer uit van de nieuwe pensioenregeling binnen ons fonds (Kring F - McCain). Uw werkgever verzekert uw arbeidsongeschiktheidspensioen bij een verzekeraar.
  • We blijven risico's met elkaar delen

    Dit doen we door de gezamenlijke manier van beleggen en door een reserve aan te houden ter bescherming van (bijna) gepensioneerden.

  • Bij arbeidsongeschiktheid blijft u pensioen opbouwen

    Als u (deels) arbeidsongeschikt raakt, dan blijft u een kapitaal voor uw pensioen opbouwen. U hoeft er alleen zelf niet voor te betalen. Bent u gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan legt u voor het deel dat u nog werkt wel zelf geld in voor uw pensioen.

    Uw arbeidsongeschiktheidspensioen maakt geen onderdeel meer uit van de nieuwe pensioenregeling binnen ons fonds (Kring F - McCain). Uw werkgever verzekert uw arbeidsongeschiktheidspensioen bij een verzekeraar.

  • Bij de start van uw pensioen heeft u een aantal keuzes

    Voor de berekening van het kapitaal voor pensioenU bouwt een kapitaal voor pensioen op. Met dat kapitaal koopt u als u met pensioen gaat een maandelijks pensioen aan. gaan we uit van een pensioenleeftijd van 68 jaar. U bepaalt zelf wanneer u het pensioen laat ingaan en welke keuze u maakt over de hoogte van uw pensioen.

    De keuzes uit de huidige regeling blijven bestaan, deze zijn:

    • Eerst een hoger pensioen en daarna een lager pensioen. Of andersom.
    • AOW-overbruggingspensioen.
    • Eerder met pensioen. Vervroeging is tot maximaal 10 jaar vóór de AOW-leeftijd toegestaan.
    • Later met pensioen. U kunt uw pensioen uitstellen tot maximaal 5 jaar na uw AOW-leeftijd.
    • Standaard is het partnerpensioen 70% van het ouderdomspensioen op pensioendatum. Een andere keuze is mogelijk.
  • Het pensioen via uw werkgever blijft een aanvulling op de AOW van de overheid

    Check hier uw AOW-leeftijd om te zien wanneer u naar verwachting de AOW van de overheid ontvangt.

  • Na uw overlijden is er pensioen voor uw partner zolang deze leeft en voor uw kinderen tot 25 jaar

    Als u komt te overlijden dan is er een pensioen voor uw partner en kinderen tot 25 jaar. Hoe dit pensioen geregeld is, is in de nieuwe regeling anders. Ook is er een verschil in het pensioen als u overlijdt voor of na de start van uw pensioen.

    Het pensioen voor uw partner en kinderen (tot 25 jaar) als u komt te overlijden blijft bestaan. Dit is in de nieuwe pensioenregeling niet meer op basis van pensioenopbouw, maar op basis van risicoverzekering. Dit betekent dat uw partner en kinderen verzekerd zijn voor partner- en wezenpensioen zolang u werkt en pensioen opbouwt. Uw partner en kinderen krijgen dit als u overlijdt vóór de pensioendatum.

    Heeft u in de huidige pensioenregeling al een partner- en wezenpensioen opgebouwd? Dan krijgen uw partner en kinderen dat pensioen ook als u overlijdt. De waarde van het partner- en wezenpensioen uit de huidige regeling zetten we om in partner- en wezenpensioen volgens de nieuwe pensioenregeling. Als u overlijdt dan krijgen uw partner en kinderen tot 25 jaar een variabel nabestaandenpensioen hieruit.

    Uit dienst

    Gaat u uit dienst? Dan houden uw partner en kinderen recht op het partnerpensioen -en wezenpensioen dat u in de huidige regeling heeft opgebouwd. Het verzekerde partnerpensioen en wezenpensioen, en het (eventuele) tijdelijk verzekerd partnerpensioen en wezenpensioen lopen maximaal 3 maanden door. U kunt daarna ervoor kiezen om deze zelf voor te zetten. Bijvoorbeeld als u (tijdelijk) geen nieuwe baan heeft met een pensioenregeling bij een ander fonds. U betaalt dan zelf de premie.
    Heeft u een nieuwe baan met een pensioenregeling bij een ander pensioenfonds? Dan stopt de verzekering voor overlijden bij McCain automatisch. U bent dan verzekerd voor nabestaandenpensioen bij overlijden bij uw nieuwe pensioenfonds.

    Met pensioen

    Als u met pensioen gaat, dan koopt u met uw kapitaal voor pensioen een pensioen aan. Dit pensioen is dan uw maandelijks pensioen. U krijgt dit zolang u leeft.
    Op het moment dat u met pensioen gaat, kunt u ervoor kiezen om een deel van uw pensioen te gebruiken voor het partnerpensioen. Dit deel keren we dan aan uw partner uit als u komt te overlijden. Uw partner krijgt dit pensioen dan zolang uw partner leeft.
    Voor uw kinderen tot 25 jaar is er een zogenaamd wezenpensioen als u overlijdt als u met pensioen bent. Dit pensioen is 14% van het pensioen dat u kreeg zolang u leefde.

  • U krijgt pensioen zolang u leeft

    Net zoals in de huidige regels krijgt u pensioen zolang u leeft, al wordt u 105 jaar.