De belangrijkste wijzigingen van uw pensioen in het nieuwe pensioenstelsel

Terug naar het overzicht van veelgestelde vragen
  • Pensioen sneller omhoog én omlaag

    De hoogte van uw pensioen is nu gekoppeld aan het salaris dat u gemiddeld verdient tijdens uw loopbaan. Straks wordt de hoogte afhankelijk van het pensioenkapitaal dat u hebt gespaard tijdens uw loopbaan. Hoeveel kapitaal u spaart, hangt af van hoeveel premie u betaalt en hoeveel de kring waarin u pensioen opbouwt verdient met beleggen. Daardoor beweegt uw pensioen meer mee met de economie en de financiële markten dan nu. Gaat het goed met de economie en verdienen we geld met beleggen? Dan gaat uw pensioen sneller omhoog. Gaat het minder goed? Dan gaat uw pensioen sneller omlaag. Dit geldt voor alle pensioenen van werknemers, oud-werknemers én gepensioneerden.

  • Een gezamenlijke of een eigen pensioenpot

    Er komen straks twee regelingen. Dat zijn allebei zogenaamde ‘premieregelingen’. Daarin staan geen afspraken over de hoogte van uw pensioen, maar over het geld dat uw werkgever en u betalen (of betaald hebben) voor uw pensioen.

    De vakbonden en werkgevers van elke kring hebben voor een van de twee varianten gekozen.

    1. Gezamenlijke pensioenpot
      Kring F en D hebben gekozen voor de ‘solidaire premieregeling ’. We beleggen het pensioengeld in één gezamenlijke pensioenpot per kring. Daaruit betalen we de pensioenen. We reserveren ook geld in een buffer. Daarmee vangen we financiële tegenvallers op, bijvoorbeeld als het slechter gaat met de beleggingen. De vakbonden en werkgevers bepalen hoe we mee- en tegenvallers per kring verdelen onder iedereen die bij die kring een pensioen heeft staan. Elk jaar berekenen we wat uw deel van die gezamenlijke pensioenpot is. Zo maken we een inschatting van uw pensioen straks. Die inschatting zal ieder jaar anders zijn.

    Hoe ziet de buffer eruit?
    Het fondsbestuur, vakbonden en werkgevers beslissen:

    • hoeveel we inleggen (maximaal 10% van de premie plus 10% van de winst met beleggen die overblijft als de andere verplichten zijn verrekend);
    • wanneer we uitkeren uit de buffer;
    • aan wie we uitkeren uit de buffer.
    1. Uw eigen pensioenpot
      Kring A, kring B, Kring K en Kring M hebben gekozen voor de ‘flexibele premieregeling’. Ook in deze variant beleggen wij het pensioengeld. Maar u bouwt uw pensioenkapitaal op in uw eigen pensioenpot. We nemen meer risico met beleggen als u jong bent en nog ver van uw pensioen afstaat. Zo neemt de kans op een hoger pensioen toe. Als u ouder wordt en dichter bij uw pensioen komt, nemen we minder risico met beleggen. Daardoor verandert er niet veel meer aan uw pensioen vlak voordat u met pensioen gaat. In deze variant is er standaard geen buffer. Het kan wel zijn dat er eentje komt, maar dat moet niet.

    Welke regeling het ook wordt, we hebben straks niet meer te maken met de rekenrente. Ook vervalt de dekkingsgraad als graadmeter voor hoe de kringen van ons fonds er financieel voor staan.

  • Iedere werknemer betaalt dezelfde premie

    In het nieuwe stelsel betaalt iedere werknemer dezelfde premie, ongeacht de leeftijd. Jongere werknemers gaan op de langere termijn meer pensioen opbouwen voor de premie die ze betalen en oudere werknemers minder. De euro’s van jongere werknemers kunnen immers nog langer in waarde stijgen, want het duurt nog lang voordat hun pensioen ingaat.

    • Jongeren krijgen de kans om voldoende pensioen op te bouwen.
    • Ouderen gaan hier niets van merken, want zij hebben al voldoende opgebouwd.
    • Voor de veertigers en vijftigers is dit minder gunstig. Want zij hebben als jongere minder opgebouwd en gaan in de toekomst niet méér opbouwen. Het pensioenfonds moet hiermee rekening houden. Hoe dat gebeurt, wordt nog uitgewerkt.

    Deze manier van pensioen opbouwen past beter bij deze tijd: mensen werken nog zelden hun hele loopbaan bij één werkgever. Ze bouwen dus ook zelden bij één pensioenfonds pensioen op. Straks bepaalt de ingelegde premie en de waarde van de beleggingen hoeveel pensioenkapitaal iemand heeft. En dus hoe hoog het pensioen wordt.

  • Nabestaandenpensioen voor alle fondsen hetzelfde

    Ook voor het nabestaandenpensioen (partnerpensioen en wezenpensioen) zijn afspraken gemaakt. Nu zijn er nog grote verschillen tussen pensioenfondsen en bij De Nationale APF zelfs tussen kringen. Bij de ene kring hebben nabestaanden van oud-werknemers wel nog recht op een uitkering bij overlijden, bij de andere kring niet. Dat is verwarrend. Dit is nu voorgesteld voor alle fondsen:

    1. Overlijdt u na uw pensioendatum? Dan krijgt uw partner in principe een pensioen dat 70% is van het pensioen dat u van ons ontving. Hierin wijzigt niets.

    2. Overlijdt u voor uw pensioendatum? Dan krijgt uw partner alleen een uitkering van het fonds of de kring waar u op dat moment pensioen opbouwt. De hoogte hangt af van uw salaris. Als u een tijd geen werk hebt, houdt uw partner ook recht op deze uitkering. Nu hangt de hoogte van de uitkering af van hoeveel pensioen u had kunnen opbouwen tot uw pensioen. Of, als u niet werkt, hoeveel pensioen u had opgebouwd. Verder kunt u ervoor kiezen om een stukje van uw pensioen te gebruiken om een partnerpensioen voor uw partner te regelen voor als u langere tijd niet werkt of een eigen bedrijf begint.

    3. Ook het wezenpensioen verandert: alle kinderen krijgen het uitgekeerd tot hun 25ste. Nu is dat vaak tot hun 18e of 21ste en alleen langer (tot maximaal 30 jaar) onder voorwaarden, bijvoorbeeld als ze studeren. Ook gaat de uitkering voor kinderen van overleden deelnemers omhoog.
  • Het berekenen van uw pensioenuitkering

    Als u gepensioneerd bent, verandert uw pensioenuitkering ook. We kijken ieder jaar:

    • hoeveel geld er voor u in de pensioenpot zit;
    • hoe we verwachten dat het vermogen van uw kring zich ontwikkelt en hoe het vermogen zich werkelijk ontwikkelt;
    • hoe oud mensen gemiddeld worden. Hoe langer mensen leven, hoe langer mensen pensioen krijgen.

    We rekenen uw (deel van de) pensioenpot elk jaar om naar een pensioen. Omdat het bedrag in de pot wisselt, gaat ook de uitkomst van die berekening elk jaar omhoog of omlaag. Uw pensioen schommelt dus ieder jaar. Wel proberen we die schommelingen zo klein mogelijk te houden.

  • Argumenten voor verandering

    Ook al is ons pensioen in Nederland goed geregeld, er moest een aantal problemen worden opgelost.

    • Pensioenen kunnen nu bijna niet meestijgen met de prijzen, ook niet als het economisch goed gaat.
    • Jongeren betalen nu te veel voor het pensioen dat ze later krijgen; ouderen betalen te weinig. Dat is geen probleem als zij hun hele leven bij een of meer fondsen pensioen opbouwen. Maar het is wel een probleem als ze op latere leeftijd voor zichzelf beginnen en weggaan bij het pensioenfonds.
  • Moet u nu actie ondernemen?

    Nee, want tot we overgaan naar de nieuwe regeling verandert er niets.

    Wel is het straks nóg belangrijker dat u regelmatig uw pensioen checkt, want de hoogte van uw pensioen wordt minder zeker.

    Krijgt u al pensioen? Dan verandert er tot de overgang niets voor u.

    Elke kring heeft zijn eigen verwachte overgangsdatum van het pensioen

  • Bedrag ineens

    Met bedrag ineens krijgt u tot maximaal 10% van uw opgebouwde ouderdomspensioen op uw rekening gestort. Als u kiest voor bedrag ineens. Dan wordt uw pensioen elke maand lager. 

    De wet die een bedrag ineens regelt, moet eerst worden behandeld en goedgekeurd door de Eerste Kamer. Op dit moment kunt u de keuze een bedrag ineens nog niet kiezen.